Dit reglement is letterlijk overgenomen van de Nationale Loterij. Ik kan dus niet verantwoordelijk
gesteld worden voor eventuele fouten. Bron: Nationale
Loterij.
[ terug naar Hoofdstuk III ]
HOOFDSTUK IV - Het
deelnemingsticket.
Art. 13.
Na betaling van zijn inzet ontvangt de deelnemer een deelnemingsticket
afgeleverd door de met de terminal verbonden drukker.
Dat deelnemingsticket
vermeldt :
1° de datum en het uur
van de deelnemingsverwerving;
2° de datum en de dag
van de trekking als het gaat om een deelneming aan één trekking of de
data en de dagen van de trekkingen als het gaat om een deelneming aan 2,
4, 6, 8, 10 of 20 trekkingen;
3° de geregistreerde
deelnemingsnummers, weergegeven volgens de door de deelnemers gekozen
deelnemingsformule;
4° de deelneming of de
niet-deelneming aan de Joker;
5° het nummer bestemd
voor de deelneming aan de Joker;
6° het totaal bedrag
van de betaalde inzet, met inbegrip van de inzet voor de Joker;
7° een reeks
cijfercodes, bestemd voor controle-, identificatie- en beheersdoeleinden.
Door de aanvaarding van
het deelnemingsticket erkent de deelnemer dat de erop voorkomende
deelnemingsgegevens overeenstemmen met zijn wensen.
Alleen de Nationale
Loterij geeft toestemming tot de annulering van een deelnemingsticket
volgens de door haar bepaalde regels.
Elk deelnemingsticket
dat na afgifte ervan enige wijziging heeft ondergaan, wordt als ongeldig
beschouwd.
HOOFDSTUK V -
Geldigheid van de deelneming.
Art. 14.
De deelneming is pas effectief als de op het deelnemingsticket vermelde
deelnemingsgegevens vóór de betreffende trekking werden gemicrofilmd of
overgeschreven op een informatiedrager door de Nationale Loterij. Die
microfilm of informatiedrager moeten vóór de trekking zijn verzegeld
door een Gerechtsdeurwaarder en gelden bij betwisting als enig bewijsstuk.
Als er, om welke reden
ook, geen microfilm of overschrijving op een informatiedrager is volgens
de in dit artikel bedoelde voorwaarden, worden de inzetten terugbetaald op
voorlegging van het deelnemingsticket.
HOOFDSTUK VI - De
trekkingen van de Lotto.
Art. 15.
De trekking van de Lotto gebeurt door middel van een trommel. Tweeënveertig
ballen uit eenzelfde stof, met eenzelfde volume en gewicht en genummerd
van 1 tot 42, worden in de trommel gelegd. Zeven ballen worden er
achtereenvolgens uitgehaald. Eens uitgehaald, mag een bal niet in de
trommel worden teruggelegd. De eerste zes uitgehaalde ballen bepalen de
winnende nummers. De zevende uitgehaalde bal bepaalt een nummer dat
"bijkomend nummer" wordt genoemd.
De ballen worden gemengd
vóór elke uithaling.
HOOFDSTUK VII -
Vaststelling van de loten van de Lotto.
Art. 16.
De gehelen waarin op basis van de trekkingsuitslag :
- de 6 winnende nummers,
- 5 winnende nummers
alsmede het bijkomend nummer,
- 5 winnende nummers,
- 4 winnende nummers,
- 3 winnende nummers
voorkomen, geven recht
op een lot.
Elk geheel wordt slechts
éénmaal gerangschikt en dit op basis van het grootst aantal winnende
nummers die erin voorkomen. Bij dat aantal wordt het bijkomend nummer
gevoegd als het voorkomt in een geheel met 5 winnende nummers.
Art. 17.
Zevenenveertig pct. van de aangenomen inzetten worden toegekend aan de
loten volgens de regels hieronder :
1° het lot dat
toegekend wordt aan elk van de gehelen waarin 3 winnende nummers voorkomen
, is forfaitair bepaald op 100 F; het aandeel dat globaal toegekend wordt
aan deze loten, stemt bijgevolg overeen met het produkt van de
vermenigvuldiging van 100 F met het aantal gehelen waarin 3 winnende
nummers voorkomen;
2° het saldo wordt
onder de overige winnende gehelen verdeeld naar volgende verhouding :
a) 45 pct. voor de
gehelen waarin de 6 winnende nummers voorkomen;
b) 10 pct. voor de
gehelen waarin 5 winnende nummers alsmede het bijkomend nummer voorkomen;
c) 20 pct. voor de
gehelen waarin 5 winnende nummers voorkomen;
d) 25 pct. voor de
gehelen waarin 4 winnende nummers voorkomen.
Het aandeel, dat globaal
toegekend wordt aan de gehelen waarin respectievelijk de 6 winnende
nummers, 5 winnende nummers alsmede het bijkomend nummer, 5 winnende
nummers of 4 winnende nummers voorkomen, wordt telkens in gelijke delen
verdeeld onder de winnende gehelen van hetzelfde type.
In het kader van
promotionele acties kunnen de bedragen van de met toepassing van dit
artikel bepaalde loten verhoogd worden met een bijkomend bedrag. De datum
van de trekking alsook de modaliteiten waaraan de toepassing van deze
promotionele acties onderworpen is, worden door de Nationale Loterij
bepaald en met de door haar nuttig geachte middelen bekendgemaakt.
Art. 18.
Als de trekking op woensdag geen enkel geheel aanwijst waarin de 6
winnende nummers voorkomen, wordt het aandeel dat globaal wordt toegekend
aan deze gehelen, overgedragen naar het aandeel dat globaal wordt
toegekend aan de gehelen waarin de 6 winnende nummers voorkomen bij de
volgende trekking op woensdag die minstens één winnend geheel van dit
type aanwijst.
Als de trekking op
zaterdag geen enkel geheel aanwijst waarin de 6 winnende nummers
voorkomen, wordt het aandeel dat globaal wordt toegekend aan deze gehelen,
overgedragen naar het aandeel dat globaal wordt toegekend aan de gehelen
waarin de 6 winnende nummers voorkomen bij de volgende trekking op
zaterdag die minstens één winnend geheel van dit type aanwijst.
Als een trekking geen
enkel geheel aanwijst waarin 5 winnende nummers alsmede het bijkomend
nummer voorkomen, wordt het aandeel dat globaal wordt toegekend aan deze
gehelen, gevoegd bij het aandeel dat globaal wordt toegekend aan de
gehelen waarin 5 winnende nummers van die trekking voorkomen.
Als een trekking geen
enkel geheel aanwijst waarin 5 winnende nummers voorkomen, wordt het
aandeel dat globaal wordt toegekend aan deze gehelen, gevoegd bij het
aandeel dat globaal wordt toegekend aan de gehelen waarin 4 winnende
nummers van die trekking voorkomen.
Als een aan een bepaald
geheel toegekend lot hoger is dan een lot toegekend aan een geheel waarin
een groter aantal winnende nummers voorkomen, worden de bedragen die
globaal toegekend worden aan de betrokken gehelen samengeteld en wordt het
aldus bekomen totaal in gelijke delen verdeeld onder de betrokken winnende
gehelen, met dien verstande dat dit principe ook toegepast wordt als een
lot dat toegekend wordt aan een geheel waarin 5 winnende nummers
voorkomen, hoger is dan een lot dat toegekend wordt aan een geheel waarin
5 winnende nummers alsmede het bijkomend nummer voorkomen.
Art. 18bis. §1.
Bij elke Lotto-trekking wordt drie procent van de aangenomen inzetten
ingehouden.
De aldus ingehouden
bedragen worden samengevoegd en gestort in een fonds,
"Speelpotfonds" genaamd.
Het bedrag van het
Speelpotfonds wordt hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk op de in §2
bedoelde wijze aan de loten toegevoegd.
§2.
De toekenning, bedoeld in §1, derde lid, geschiedt ter gelegenheid van
trekkingen waarvan de data worden bepaald door de Nationale Loterij. Deze
laatste bepaalt eveneens de te verdelen bedragen. Deze data en deze
bedragen worden bekendgemaakt op de wijzen die de Nationale Loterij nuttig
acht.
Het te verdelen bedrag,
bedoeld in het eerste lid, wordt toegevoegd aan het aandeel dat
overeenkomstig artikel 17 globaal wordt toegekend aan de gehelen van de
betrokken trekking waarin de 6 winnende nummers voorkomen.
Als de betrokken
trekking op woensdag geen enkel geheel aanwijst waarin de 6 winnende
nummers voorkomen, wordt het te verdelen bedrag, bedoeld in het eerste
lid, volledig toegekend aan het aandeel dat globaal wordt toegekend aan de
gehelen met de 6 winnende nummers bij de volgende trekking op woensdag die
minstens één winnend geheel van dit type aanwijst.
Als de betrokken
trekking op zaterdag geen enkel geheel aanwijst waarin de 6 winnende
nummers voorkomen, wordt het te verdelen bedrag, bedoeld in het eerste
lid, volledig toegekend aan het aandeel dat globaal wordt toegekend aan de
gehelen met de 6 winnende nummers bij de volgende trekking op zaterdag die
minstens één winnend geheel van dit type aanwijst.
Art. 19.
Het bedrag van de loten wordt afgerond :
- naar het lagere
duizendtal voor de loten die toegekend worden aan de gehelen waarin de 6
winnende nummers voorkomen;
- naar het lagere
honderdtal voor de loten die toegekend worden aan de gehelen waarin 5
winnende nummers alsmede het bijkomend nummer voorkomen;
- naar het lagere
tiental voor de loten die toegekend worden aan de gehelen waarin 5
winnende nummers voorkomen;
- naar de lagere schijf
van 5 F voor de loten die toegekend worden aan de gehelen waarin 4
winnende nummers voorkomen.
Voor de toepassing van
artikel 18, laatste lid, wordt de lotenafronding toegepast die de kleinste
is van die waarin voor de betrokken gehelen is voorzien.
[ naar Hoofdstuk VIII t.e.m. XIII ]